Het landelijke ROS-netwerk
In Nederland werken twintig Regionale Ondersteunings Structuren (ROS’en) aan het realiseren van geïntegreerde eerstelijnszorg. De afgelopen vijf jaar is een herkenbare positie opgebouwd bij eerstelijnszorgverleners, hun koepels, zorgverzekeraars en de landelijke en lokale overheden. Om de dienstverlening te versterken en te verbeteren hebben de ROS’en zich verenigd in het landelijke ROS-netwerk.
Het netwerk:
- Zorgt voor het bundelen, delen en ontwikkelen van kennis en ervaring.
- Zorgt voor uitwisseling tussen ROS’en onderling, met efficiënte inzet van mensen, middelen en kennis.
- Is landelijk gesprekspartner van relevante partijen zoals VWS , zorgverzekeraars en andere landelijke stakeholders.
- Maakt landelijke ontwikkelingen beschikbaar voor de regio en heeft een signalerende functie naar landelijk beleid.
- Initieert gezamenlijke kwaliteitsverhogende initiatieven zoals benchmark, klantenraadpleging en stakeholderonderzoek.
Vier landelijke speerpunten
Het ROS-netwerk zet in op vier landelijke speerpunten, die samen met de LVG, het ministerie van VWS en de zorgverzekeraars zijn geformuleerd. De vier speerpunten hangen samen met collectieve ambities die terugkomen in de regionale activiteitenplannen van de afzonderlijke ROS’en
1) Buurtgerichte zorg
Onder “Buurtgerichte Zorg” verstaat het netwerk het realiseren van:
- Een lokaal zorgaanbod dat is afgestemd op de (toekomstige) lokale omstandigheden en populatie
- Een lokaal zorgaanbod dat is afgestemd op preventie, public health, basis- en specialistische zorg, welzijn, wonen en werken
Door te informeren, te adviseren en te stimuleren dragen de ROS’en bij aan een samenhangende, veilige en kwalitatief goede zorg in de nabijheid van de burger/patiënt en met een doelmatige inzet van mensen en middelen. Met name die gezamenlijke ROS-activiteiten waarbij de afstemming binnen de lokale/regionale context essentieel is voor het eindresultaat, passen binnen deze programmalijn. De focus zal daarbij liggen op de gezamenlijke infrastructuur die nodig is om buurtgerichte zorg mogelijk te maken. Voorbeelden hiervan zijn informatie standaardiseren, verzamelen en ontsluiten en het verbinden van informatie en partijen.
2) Voorkomen van zorg (preventie)
De overheden en de (koepels van) zorgverleners hebben de overtuiging dat systematische preventie een substantiële bijdrage levert aan langer leven in goede gezondheid. Ook breed gedragen is de overtuiging dat een nieuwe wijze van organiseren van de multidisciplinaire preventie-curatie-participatie-keten hiervoor een vereiste is. De 'wat' vraag (inhoud) van de systematische preventie op het grensvlak van (en binnen) de eerste lijn en openbare gezondheidszorg en welzijn is voor een belangrijk deel een zaak van betrokken beroepsgroepen.
Het ROS netwerk is een belangrijke partner bij het realiseren van meer gezondheidwinst door het (mede)organiseren van een infrastructuur waarbinnen de preventie-curatie-participatie keten ingericht en onderhouden wordt. Het gaat daarbij met name om het invulling geven aan de organisatie en financiering van het snijvlak van selectieve en geïndiceerde preventie. De samenwerking met de GGD’s en sportondersteuningsorganisaties speelt hierbij een belangrijke rol.
3) Zorg op de juiste plek (substitutie)
Onder ‘substitutie’ verstaat het ROS-netwerk: de planbare (financiële) consequenties als gevolg van verschuiven van zorg bij minimaal gelijkblijvende kwaliteit. De herallocatie van zorg en het bijbehorende budget van de tweede- naar de eerstelijnszorg maakt hier deel van uit. Substitutie wordt gezien als een belangrijk middel om de kosten in de zorg te beperken. Daarnaast kan substitutie de kwaliteit van zorg verbeteren, de schaarse specialistische capaciteit optimaal benutten en de toegankelijkheid van de zorg verbeteren/behouden (ook in de toekomst, gezien de toename van de vraag). Ondanks allerlei plannen en initiatieven zijn er politieke, economische (systeemtechnische), sociaal-culturele, en technische (zorginhoudelijke) redenen waardoor substitutie nog in de kinderschoenen staat.
4) Regionale Zorgagenda’s
Beleid om de gezondheid van burgers te bevorderen kan lonend zijn voor de samenleving als geheel. Een brede benadering van zorg en preventie is nog niet vanzelfsprekend en stelt hoge eisen aan de (toekomstige) eerstelijnszorg, maar ook aan gemeenten die, sinds de invoering van de Wet publieke gezondheid (Wpg), verantwoordelijk zijn voor de publieke gezondheidszorg. Afstemming tussen gemeenten, GGD’en, GGZ-instellingen, thuiszorginstellingen, eerstelijns zorgaanbieders, welzijnsorganisaties, maatschappelijke organisaties, ziekenhuizen, V&V instellingen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties wordt daarbij steeds belangrijker maar vindt niet of nauwelijks plaats. Deze afstemmingsvraagstukken, maar ook factoren als ontgroening, krimp en vergrijzing, met toekomstige scenario’s van verdwijnen van voorzieningen in bepaalde regio’s en krapte van zorgpersoneel, maken de ontwikkeling en uitvoering van een “gezamenlijke agenda” steeds belangrijker.
Elke ROS afzonderlijk, maar ook het ROS-netwerk, merkt dat deze afstemming en gezamenlijke agenda niet vanzelf tot stand komen. Het is een complex veld van partijen, die in verschillende werelden en binnen verschillende wetgevingssystemen opereren (denk aan WMO, WPG, ZVW, AWBZ) en die elkaar, en elkaars ambities, vaak niet of nauwelijks kennen. Op landelijk niveau werkt het ROS-netwerk daarom aan de randvoorwaarden die nodig zijn om regionale zorgagenda’s te ontwikkelen.
Contactinformatie
Gezondheidsboulevard
Dalhuysenstraat 35
8448 EW Heerenveen

(0513) 62 68 05
(0513) 62 61 82
ROS nieuwsbrieven
Vul dan hier onder uw
emailadres in.